

De beroemde Italiaanse cantautore werd in 1950 geboren in de provincie Milaan.
Nadat hij viool had leren spelen in Genua, waar hij opgroeide, keerde Angelo Branduardi terug naar zijn geboortestad, waar hij filosofie studeerde. Als student begon hij zijn eigen liedjes te componeren.
In 1974 nam hij zijn eerste folkrockalbum op, getiteld “Branduardi”. Het album was een grote hit bij het publiek en het polyglotte wonderkind veroverde al snel andere landen. In Frankrijk verleidde hij het publiek met zijn liedjes “La demoiselle” en “Va là où le vent te mène” (beide bewerkt door zijn vriend Etienne Roda-Gil), die hij zong in de taal van Molière. Hij zegt dat hij zijn inspiratie haalt uit oude muziek, vooral uit de Middeleeuwen: “Dat zijn de wortels van de muziek. Diepe wortels die nooit bevriezen”.
Daarna ging hij zich toeleggen op filmmuziek, zoals hij deed voor “Secondo Ponzio Pilato” in 1988, waarbij hij elk instrument zelf opnam. Branduardi, die zichzelf omschrijft als een troubadour, schuwt interviews en de schijnwerpers en werkt discreet aan het Italiaanse muzikale erfgoed. Desondanks brengt hij een best-of album uit om zijn 40-jarige carrière te vieren. Het album bevat twee niet eerder uitgebrachte nummers, geschreven door Carla Bruni, waaronder “Confessions d'un malandrin”.
In 2023 trok hij de wereld rond, van festival naar festival, voordat hij een beetje rust nam.
(Céline Massart - Tr.: Fausto - Foto: © Etienne Tordoir)
Foto: Angelo Branduardi in het Stade Schaarbeek in Brussel (België) in mei 1984






Snelkoppelingen